Op weg naar Irian Jaya

Deze teksten beschrijven de gezamenlijke roeping van Janny en Iris voor zendingswerk in Irian Jaya, de voormalige Nederlandse kolonie Nieuw Guinea. Dat was dus nog 2002, toen Irian Jaya formeel de naam Papoea kreeg. [Papua in het Maleis en het Engels], Ze besloten samen de weg te gaan, ondanks eerdere onduidelijkheden over Janny’s bestemming, wat werd bevestigd door een Bijbeltekst. Na een periode in Thailand keerden ze terug naar Europa met een duidelijke visie, volgden ze gespecialiseerde opleidingen en wachten nu op hun visa om het werk te beginnen.

  • Janny en Iris delen een roeping voor zendingswerk in Irian Jaya, nu een provincie van Indonesië.
  • De Papoea’s daar leven nog in het stenen tijdperk en onder invloed van boze geesten en kannibalisme.
  • Na een leerzame periode in Thailand en het volgen van diverse zendingsopleidingen, waren ze voorbereid op hun werk.
  • Ze werkten in het Ikazia-ziekenhuis in Rotterdam in afwachting van hun visumaanvraag.

Autobiografie van Janny Holster uit 1983

Ik ben op 10 juli 1945 geboren te Giessendam. Na de lagere school volgde ik de huishoudschool en om dit in praktijk te brengen bleef ik twee jaar thuis bij mijn ouders in de huishouding. Deze konden m’n hulp best gebruiken, want een groot gezin (5 zussen en 2 broers), een groot huis plus een winkel (woninginrichting, stoffeerderij) brachten genoeg werk mee voor wat extra hulp. Maar toen er een zusje van school kwam, mocht ik ergens anders werk gaan zoeken. Dat had ik allang gehoopt, ik wilde namelijk de verpleging in. Na m’n verpleegstersopleiding [1966-1969 in Dordrecht] heb ik nog vier jaar ervaring opgedaan op de polikliniek [1969-1974 bij Refaja in Dordrecht]. Toen werd ik onrustig en wilde graag iets anders. Ноеwel zendingswerk altijd in m’n achterhoofd zat, dacht ik: daar ben ik toch niet geschikt voor, dus ga ik maar iets anders doen. Ik vertrok [in 1973 na de Jom Kippoeroorlog] voor 3 maanden naar [een kibboets in] Israël. Deze tijd heeft op vele manieren invloed gehad op m’n verdere leven. Vaak had ik met eenzaamheid te kampen, maar toch was ik omringd door vele mensen. Ik ging me ook afvragen wat het doel van m’n leven was. Daardoor werd ik meer en meer getrokken m’n bijbel te gaan lezen. Na enkele maanden terug te zijn in Nederland wist ik het opeens: Ik wilde God dienen, het deed er niet toe waar, maar Hem te volgen en te leven tot Zijn eer werd het belangrijkste in m’n leven. Ik mocht hier ook direct mee beginnen, want de volgende dag werd me gevraagd of ik voor 3 maanden naar Kenya wilde gaan, om te helpen in een kraamkliniek waar dringend hulp nodig was. Deze drie maanden zijn twee jaar [1974-1976] geworden. Een belangrijke periode voor mij, waarin ik ’t zendingswerk van dichtbij leerde kennen en waarin ik ook dichter naar God toe mocht groeien en Hem beter leerde kennen. Daarna besloot ik me eerst medisch verder op de zending te gaan voorbereiden. Ik vertrok naar Schotland om de verloskundige opleiding te volgen. Daar leerde Ik ook Iris kennen.

Autobiografie van Iris Bouwman uit 1983

Ik ben op 21 juni 1952 in Den Haag geboren. Behalve een oudere broer kreeg ik later nog twee broertjes. Ik herinner me een gelukkige jeugd. Al op jonge leeftijd begon ik vragen te stellen over de zin van het leven. Ik groeide niet op in een uitgesproken christelijk gezin, maar wel leerde ik de bijbel kennen op de christelijke school waar ik heenging. Daar hoorde ik ook voor ’t eerst over zendingswerk.

Het zendingsverhaal van John Payton die op de nieuwe Hebriden werkte, leidde tot mijn bekering. Op twaalfjarige leeftijd gaf ik mijn leven aan de Heer en verklaarde me bereid m’n leven in zijn dienst te stellen. Die roeping op jeugdige leeftijd werd in de daarop volgende jaren herhaald en bevestigd. De tekst uit Romeinen 10:14 “Hoe zullen zij in Hem geloven van wie zij niet gehoord hebben”, overtuigde mij van mijn zendingsroeping en legde vooral het pionierswerk van de zending op m’n hart. ’t Uitreiken naar groepen, stammen die nooit eerder ’t evangelie gehoord hebben. In m’n verdere opleidingen richtte ik me op die toekomstige taak. Na m’n verpleegster sopleiding koos ik voor de moeder- en kindzorg. Ik haalde m’n kinderaantekening en vertrok in ’76 naar Schotland om daar de verloskundige opleiding te doen. Daar groeide de overtuiging dat ik buiten m’n medische opleiding, me meer zou moeten wijden aan Bijbelstudie.

Ik besloot om eerst nog de tropencursus in Rotterdam te volgen en daarna 3 jaar naar een bijbelschool te gaan. Gedurende mijn tijd in Schotland werd ik lid van de Church of Schotland, een hechte gemeente, waar een sterke visie voor ’t zendingswerk bestaat. Ook nu nog steunt deze gemeente me trouw in gebed en gedeeltelijk financieel. In Schotland leerde ik ook Janny kennen.

Al snel bleek dat we ons beiden aan het voorbereiden waren op het zendingswerk. Ook Janny had datzelfde verlangen om naar de bijbelschool te gaan. We besloten om, zolang de Heer ons toestond, samen verder te gaan. Onze vriendschap groeide uit tot een hechte vriendschap, maar telkens weer verklaarden we ons bereid ieder afzonderlijk de weg te gaan die de Heer ons zou wijzen. In Schotland was bij Iris al het verlangen ontstaan om met de geloofszending R.B.M.U. (Regions Beyond Missionary Union) uitgezonden te worden naar Irian Jaya. Irian Jaya is de voormalige Nederlandse kolonie Nieuw Guinea, dat nu een provincie van Indonesië is. De daar wonende Papoea’s hebben tot het begin van deze eeuw in het stenen tijdperk geleefd. Met sommige stammen is zelfs tot vandaag toe nog geen contact gelegd. De mensen leven nog sterk onder de invloed van de boze geesten wereld, waar ook hun drang tot kannibalisme voortkomt. De tekst uit Romeinen 3:17 is ook op hen van toepassing: “En de weg des vredes kennen zij niet. De vreze Gods staat hun niet voor ogen.” Het verlangen is groot om deze mensen het evangelie te brengen en hun voeten op de weg des vredes te stellen. Voor Janny bleef het nog lang onduidelijk naar welk land de Heer haar riep.

Zich zomaar scharen achter Iris’ roeping was onmogelijk. We verklaarden ons wederom bereid gescheiden wegen te gaan. Verbaasd waren we dat kort daarop we de tekst uit Jeremia 32:39 lazen: “Ik zal hun één hart en één weg geven.” Hoewel dit betrekking heeft op het volk Israël, werden wij zeer aangesproken door deze tekst. Wat bedoelde de Heer ermee voor onze situatie? Enkele dagen later riep de Heer ons om tijdelijk onze bijbelschoolopleiding te onderbreken om naar Thailand te gaan, waar op dat moment stromen vluchtelingen uit Cambodja de grens over kwamen. leder afzonderlijk namen we de beslissing naar Thailand te gaan, omdat de Heer ons die nood op het hart legde. In Thailand ontdekten we hoe we elkaar aanvulden op praktisch en geestelijk gebied. Na een leerzame periode van zes maanden, vertrokken we beiden om op bezoek te gaan bij zendelingen in Irian Jaya. Voor Janny betekende dit de doorbraak tot volledige overgave aan God. Wat eerst een interesse leek voor het werk wat Iris zou gaan doen, bleek de roeping van de Heer te zijn om ook naar Irian Jaya te gaan.

We keerden terug naar Europa met een duidelijke visie voor het werk in Irian Jaya. We besloten onze bijbelschool opleiding in Engeland af te maken, waar een gespecialiseerde zendingsschool is. Daarna volgden we nog de cursus van de Wycliffe bijbelvertalers, wat ons straks zal helpen om de stamtaal in Irian te leren, opschrift te stellen en eventueel de bijbel erin te vertalen. Iris heeft nog een speciale cursus gevolgd om lees- en schrijfonderwijs te kunnen geven. Met al deze opleidingen voelen we ons nu voldoende voorbereid, praktisch en geestelijk, voor zover dat mogelijk is, om het werk in Irian Jaya te beginnen. We zijn beiden aangenomen bij R.B.M.U. en hebben ons visum voor Irian Jaya aangevraagd. Momenteel werken we in het Ikazia-ziekenhuis in Rotterdam in afwachting van onze visa, wat geruime tijd kan duren.

Reacties zijn gesloten.